Leestijd: 5 minuten
Estefanía Jiménez Restrepo ademde zwaar. Ze klemde een geïmproviseerd mes stevig in haar hand. Voor haar lag een andere gevangene op de betonnen vloer van de gevangenis van Pedregal, na een gewelddadig gevecht. Om hen heen klonk een golf van stemmen: ‘Doe het! Maak haar af!’
Het zweet liep over haar voorhoofd en haar hart bonsde. Niet alleen door de fysieke inspanning, maar ook door de storm aan emoties die door haar heen raasde. Alles om haar heen leek haar naar een punt te duwen waarvan ze voelde dat er geen weg terug meer was. Ze hief het mes. De adrenaline vertroebelde haar oordeel. Maar op dat beslissende moment hield een innerlijke stem haar tegen.
‘Ik ben niet zo,’ dacht ze, terwijl haar handen begonnen te trillen. ‘Ik ben een dochter van God. Jezus zou dit niet doen.’
Die woorden raakten haar diep. Iets – of beter gezegd: Iemand – sprak tot haar vanuit haar binnenste. Langzaam zakte haar hand. Het mes dat ze stevig had vastgehouden, viel met een doffe klap op de vloer. Tussen de gesmoorde kreten en het ongelovige gemompel van de andere gevangenen verdween het mes uit het zicht.
Tegen alle verwachtingen in draaide Estefanía zich om en liep weg. Dat moment betekende niet alleen dat ze besloot het leven van een ander te sparen. Het werd ook het begin van een ingrijpende verandering in haar eigen leven.
‘Ik wist het toen nog niet, maar de Heilige Geest werkte al in mij,’ herinnert Estefanía zich.
Niet lang daarna zou die overtuiging haar ertoe brengen een weg van verandering in te slaan die op zo’n plek onmogelijk leek.
De leegte die niets kon vullen
‘Ik kwam hier toen ik 21 was,’ vertelt Estefanía. Inmiddels is ze 25. Ze groeide op in Comuna 13 in Medellín, een wijk waar kleurrijke muurschilderingen de littekens van een gewelddadig verleden proberen te bedekken. Door een verkeerde beslissing, waarover ze liever niet praat, zit ze inmiddels al vijf jaar van haar gevangenisstraf van zeventien jaar uit.
Voor veel mensen is de gevangenis een plek waar hoop verloren gaat. Voor Estefanía werd het de plek waar haar leven onverwacht zou veranderen.
Estefanía is niet iemand die snel opgeeft. Binnen de gevangenis heeft ze een leidinggevende rol gekregen. Ze begeleidt onderwijsactiviteiten en helpt bij geestelijke programma’s. Op dit moment studeert ze maatschappelijk werk, dankzij een universitaire beurs die ze met hard werken en grote toewijding heeft verdiend. Toch worstelde ze tot voor kort met een diepe leegte.
‘Alles leek goed te gaan, maar ik voelde me leeg. Mijn familie steunde me en ik maakte vorderingen met mijn studie. Maar er ontbrak iets. Iets wat ik niet kon verklaren.’ Te midden van die verwarring, en nog altijd belast door het gewicht van haar keuzes, kwam Germán Sánchez op haar af met een uitnodiging om de Bijbel te lezen.
‘Wil je de Bijbel lezen?’ vroeg hij met een glimlach. ‘Ik zei nee,’ vertelt Estefanía. ‘Ik wilde niets met God te maken hebben. Ik was hard tegen hem. Ik vertelde hem dat er vreselijke dingen in Gods naam waren gedaan en dat ik niet wilde dat hij probeerde mij te veranderen.’ Maar Germán gaf niet op. Keer op keer kwam hij terug, met een geduld dat haar verbaasde.
‘Ik schaam me nog steeds als ik eraan terugdenk hoe ik die dag tegen hem deed. Hij was zo vriendelijk. Ik had het opgegeven, maar hij niet,’ zegt ze lachend. Uiteindelijk nam ze de Bijbel aan. Niet zozeer uit interesse, maar vooral omdat ze hoopte dat de dominee dan zou stoppen met aandringen.
Een andere Bijbel, een veranderd leven
Een paar nachten later zat Estefanía alleen in haar cel. Iets in haar hart bracht haar ertoe de Bijbel open te slaan.
Wat ze las, was anders dan ze had verwacht. De Gevangenisbijbel (in Nederland: Vrijheidsbijbel) bevatte niet alleen de Bijbeltekst, maar ook lessen, overdenkingen en opdrachten die de lezer helpen om Gods Woord toe te passen in het dagelijks leven. Op de eerste pagina werd ze uitgenodigd om te bidden – iets wat ze al jaren niet meer had gedaan.
‘Toen ik las over Gods liefde voor mij, brak mijn hart,’ vertelt Estefanía, met trillende stem. ‘Ik besefte dat Jezus Zijn leven voor mij heeft gegeven. Voor mij. Daar had ik nog nooit op die manier over nagedacht.’
Die nacht werd het begin van een ingrijpende verandering. De Bijbel bracht haar niet alleen opnieuw in contact met God, maar gaf haar ook hoop op een plek waar hoop vaak ver weg lijkt. Elke les liet haar meer ontdekken over de liefde van Christus en zette haar aan het denken over de manier waarop ze, zelfs binnen de muren van de gevangenis, met een doel kan leven.
‘Vandaag kan ik zeggen dat ik zonder God niets ben,’ zegt ze vastberaden.
De jonge vrouw die ooit niets van de Bijbel wilde weten, neemt hem nu overal mee naartoe. Ze is zelfs begonnen haar ervaringen met andere gevangenen te delen en hun te laten zien dat hoop mogelijk is, zelfs op de donkerste plekken.
‘Hier is het een geschenk om te ontdekken dat we niet alleen zijn. De Bijbel leerde me dat Jezus mij ziet, naar mij luistert en van mij houdt – zelfs hier.’
‘Ik wil iedereen bedanken die het mogelijk maakt dat deze Bijbels op zulke plekken terechtkomen,’ zegt Estefanía dankbaar. ‘Dank jullie wel dat jullie mij het geschenk hebben gegeven om God opnieuw te ontdekken en nieuwe hoop te vinden.’




