Leestijd: 9 minuten
Interview met Sirin*, Syrische vluchteling en deelneemster aan de alfabetiseringscursus gebaseerd op de Bijbel.
*In verband met de veiligheid van onze broeders en zusters noemen we in dit artikel geen echte namen en zijn de foto’s aangepast
“We danken God voor de doornen in ons leven, net zoals we Hem danken voor de bloemen. We verheerlijken Hem om de tranen van wanhoop, op dezelfde wijze waarop we Hem verheerlijken om de tranen van vreugde.”
Sirins woorden klinken als een psalm of een oud christelijk lied. En toch heeft ze dit zelf geschreven. Als kind heeft Sirin helemaal geen onderwijs genoten. Geboren en opgegroeid in een strikt islamitisch gezin in Syrië, heeft ze de wrede burgeroorlog in haar geboorteland aan den lijve ondervonden. Niets in haar verleden deed vermoeden dat ze ooit zulke poëtische woorden zou kunnen bedenken.
Toch stond ze daar, tijdens die bijeenkomst van de alfabetiseringscursus gebaseerd op de Bijbel, om hardop een welgeformuleerde dankbrief voor te lezen aan het programma dat haar had leren lezen en schrijven. En dat haar bovenal had doen kennismaken met de God van de Bijbel. Sirins hoofddoek, strak om haar hoofd gewikkeld, en haar lange gewaad verraadden haar islamitische achtergrond. “Ik ben moslim,” zei ze. “Of eigenlijk: ik wás moslim.”
Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen en Sirins verhaal volgen zoals zij het vertelt.
Een verschrikkelijke reis
Op de vlucht voor het geweld van IS vertrokken Sirin en haar familie uit Syrië; de precieze datum herinnert ze zich niet
meer. De verschrikkingen staan haar echter nog levendig bij.
“Het was een verschrikkelijke reis,” zegt ze met een diepe zucht. “We werden uit onze huizen in Hama verdreven. We kozen er niet voor om te gaan; we werden gedwongen. Met exploderende auto’s om ons heen en overal bombardementen moesten we vluchten voor ons leven.”
Samen met haar man en hun drie kinderen moest Sirin vijf dagen bij de grens wachten voordat ze een veilig land in mochten.
“We zaten daar bij de grens in de woestijn; er was niets, alleen de grensposten,” herinnert ze zich. “Mensen kregen telefoontjes dat familieleden waren gebombardeerd, of dat hun familie was omgekomen. Het was afschuwelijk wat we daar doormaakten.”
“Zullen we het overleven?”
Tijdens die lange dagen van wachten in de woestijn staarde Sirin geregeld naar de hemel, alsof ze daar iets van verwachtte.
“Wat gebeurt er daarboven? Is er nog een andere wereld?” vroeg ze zich dan af. “Wat gaat er gebeuren? Worden we gedood, zullen we het overleven?”
In Psalm 121 slaan de pelgrims hun ogen op naar de bergen, maar ze weten van Wie hun hulp uiteindelijk komt. Sirins islamitische opvoeding had haar niets gegeven om op te steunen. Ze wist niet wat er boven in de hemel zou zijn. Haar vragen bleven onbeantwoord.
Veracht
Toen Sirin en haar familie eindelijk toestemming kregen om het land binnen te komen, waren hun problemen nog niet voorbij. Sirins man, die in Syrië gevangen had gezeten en er zwaar was mishandeld, was niet in staat te werken. Daarbij kwam de voortdurende minachting van lokale burgers die hen als vluchtelingen verachtten.
“De hoon had een diepe psychologische impact op mijn man,” vertelt Sirin. “Op een dag werd hem een baan aangeboden bij een muziekgroep. Een tijdlang verdiende hij wat geld als muzikant, totdat hij het nieuws kreeg dat zijn broer was gedood en dat zijn lichaam in stukken was gesneden. Dat was teveel. Hij stopte met muziek maken; hij kon er de moed niet meer voor opbrengen.”
Alleen achtergelaten
Vlak daarna verdween Sirins man zonder iets te zeggen. Het gezin telde op dat moment vijf kinderen. Sirin werd achtergelaten om voor hen te zorgen.
“Ik werd de moeder, de vader, de kostwinner – alles,” vervolgt ze. “Ik had geen middelen. Ik had nooit gewerkt, dus begon ik straten te vegen en mensen te vragen of ik hun appartement of huis mocht schoonmaken, gewoon om brood op de plank te krijgen. Ik mocht meedoen aan een kookcursus, waarvoor ik een certificaat kreeg dat deuren voor me opende. Daarmee accepteerden mensen me bij hen thuis om te komen koken.”
Nog meer scheiding
Net op het moment dat Sirin dacht dat het leven ietsje rooskleuriger zou worden, begon het moeilijkste deel van haar tocht. Haar zonen, haar drie oudste kinderen, verlieten haar ook. Onderweg naar Europa strandden ze in de Libische woestijn, waar ze een speelbal werden van verschillende mensensmokkelende milities.
“Mijn jongens werden gefouilleerd, vastgebonden en geslagen,” snikt Sirin.
“Uiteindelijk betaalden Algerijnse familieleden van mijn man losgeld, en konden mijn zonen zich bij hun vader voegen in Tunesië.”
Helaas bracht dat een verdere scheiding teweeg. Sirin hoorde dat haar man een tijdje in Duitsland had gewoond en daar met een andere vrouw was getrouwd. “Uit Duitsland reisde hij naar Tunesië, waar hij nu met mijn zonen verblijft,” vervolgt ze. “Ik heb geen contact meer met hen, omdat hun vader hen tegen me opstookt.”
Sirin slaat haar handen voor haar gezicht en breekt in bittere tranen uit. “Mijn oudste zoon belde me om te zeggen dat hij niets meer met me te maken wilde hebben,” snikt ze. “Mijn jongste zei zelfs: ‘Als ik een mes had en jij voor me stond, zou ik je hebben gedood.’”
De moederdagbijeenkomst
Sirin was alleen, met haar twee jonge dochters, in de vijandige omgeving van een vluchtelingenkamp, te midden van Syrische vrouwen die even getraumatiseerd en verlaten waren als zij. Ze had er geen hoop op dat er ooit nog een bloem in haar leven zou ontspruiten.
Terwijl Sirin wanhopig vocht om de restanten van haar gezin in stand te houden, klopte er een vreemde op haar deur. Het was een vrouw genaamd Hanan, die werkte voor een opvangorganisatie voor vluchtelingen. Hanan nodigde Sirin uit voor een moederdagbijeenkomst in de kerk.
“En zo kwam ik – met al mijn wanhoop, teleurstelling, frustratie en somberheid,” zegt Sirin, haar ogen opnieuw nat, maar ditmaal van dankbaarheid. “En hier ontmoette ik de vrouw die als een moeder voor me zou worden: Hanan. Terwijl ik gebroken was, kwam zij me aanmoedigen. Ze was heel vasthoudend in mij bemoedigen. ‘Als je zo verdrietig blijft, verandert er niets,’ zei Hanan dan. ‘Je zult op moeten staan!’”
Verder dan de hemel
Hanans aansporing om op te staan was meer dan louter motivatie. Hanan raadde Sirin aan haar blik niet langer op de hemel te richten die haar geen antwoorden gaf, maar haar ogen te vestigen op de HEERE.
“Hanan leerde me wie de echte Vader is: de hemelse Vader,” vertelt Sirin.“Door haar begon ik thuis, als ik alleen zat, de naam van Jezus aan te roepen.”
Als moslima had Sirin nooit zo’n vriendelijkheid en liefde meegemaakt als Hanan haar toonde. In het vluchtelingenkamp waar zij en haar dochters wonen, voelt Sirin dat ze haar Syrische mede-vluchtelingen niet kan vertrouwen. Misschien vechten hun families nog thuis. Hoewel ze hetzelfde lot delen, heerst er veel argwaan onder de kampbewoners. Ze praten over elkaar, en als radicale moslims erachter komen dat iemand uit hun midden christen is geworden, kan hun reactie meedogenloos zijn.
“In de moeilijkste tijden keek niemand naar me om, behalve Hanan,” zegt ze, met na elk paar woorden een diepe snik. “Er waren tijden dat we niet eens brood hadden om te eten, maar zij kwam en voedde ons.”
De helderst gekleurde bloem
Hanan moedigde Sirin aan om deel te nemen aan het Bijbelgebaseerde alfabetiseringsprogramma. Sirin schreef zich vol enthousiasme in en begon samen met een groep Syrische vluchtelingenvrouwen te leren lezen en schrijven. Alle vrouwen waren moslima’s; één droeg zelfs een niqab, de gelaatsbedekkende sluier die alleen een smalle spleet voor de ogen vrijlaat. Sirins klas kwam samen in een kleine kerk in een armoedige straat in een achterbuurt van de stad.
In de loop van de tijd werd de groep voor Sirin een plek van veiligheid en vertrouwen – een omgeving waarin ze zich even geen zorgen hoefde te maken over de moeilijkheden van het leven. Terwijl ze het alfabetiseringsprogramma doorliep, ontdekte ze de helderst gekleurde bloem die ze zich kon voorstellen.
“Uit de Koran had ik geleerd dat Jezus slechts een profeet was,” legt Sirin uit. “Hij was voortgekomen uit de Geest van God, maar Hij was niet God. Nu weet ik dat Hij God is, en dat Hij gekomen is om aan het kruis te sterven en mijn zonden weg te nemen!”
Troost en bemoediging
De Bijbelverhalen in het leerboek van het alfabetiseringsprogramma werden voor Sirin een bron van troost en bemoediging.
“Deze verhalen troosten me,” getuigt ze. “Ze helpen me ook om met God te spreken. Telkens als ik me verdrietig of neerslachtig voel, ga ik gewoon zitten en praat ik met Hem. In moeilijke situaties voel ik me toch blij van binnen, omdat ik Hem dicht bij me voel. Hij raakt me aan, Hij houdt me vast.”
Gered uit het vuur
Begin 2025 brandde Sirins huis af. Haar dochters, op dat moment negen en zeven jaar oud, waren binnen, en de deur was dicht. Sirin kon niets doen. Haar moederhart werd opnieuw verscheurd. Zou ze nu ook haar meisjes verliezen? De herinnering aan deze traumatische gebeurtenis maakt haar even sprakeloos. Dan vervolgt ze, met tranen die over haar wangen stromen:
Tot haar stomme verbazing stapten de twee kleine meisjes ongedeerd naar buiten terwijl het gebouw in lichterlaaie stond. Sirin kon haar ogen niet geloven. “Beide meisjes spraken over een Man, gekleed in het wit, die hen wakker had gemaakt en aangespoord had om naar buiten te gaan,” vertelde Sirin. “Fatma, mijn oudste dochter, zei tegen me:
‘Ik voelde dat het vuur ons wilde verbranden, maar Zijn hand trok ons uit het vuur en bracht ons naar buiten.”
De HEERE danken
Sindsdien zegt Sirin tegen haar dochters dat ze de HEERE dankbaar moeten zijn, hoe zwaar het leven ook is. “We leven nog; we kunnen bewegen, we kunnen ademen,” getuigt Sirin. “Anderen hebben zelfs die luxe niet! Er gaat elke dag een zon op; we hebben een dak boven ons hoofd. Dus moeten we de HEERE blijven danken!”
De liefde en genade van Christus hebben elk hoekje van Sirins bestaan doordrongen. Door Zijn barmhartigheid zijn de bloemen de doornen gaan overwoekeren. Maar het begon allemaal met haar deelname aan het Bijbelgebaseerde alfabetiseringsprogramma.
Daarom besloot Sirin een opleiding te volgen bij Bible League om zelf alfabetiseringslerares te worden. Ze wil helpen het analfabetisme onder vrouwen zoals zijzelf terug te dringen. Maar bovenal wil ze hen bereiken met de liefde van Christus.
Het is die liefde die Sirin de moed gaf om voor haar klas te gaan staan en haar mooie brief voor te lezen:
“We zijn gezegend op deze dag dat we u hebben ontmoet. Aan onze broeders en zusters in menselijkheid en liefde bieden we diepe dankbaarheid en waardering aan. Voor uw edele en oprechte houding, en uw vaste positie in het opbouwen van onze gemeenschap, alle liefde en respect. Voor allen die goedheid in hun hart hebben en wier hart vol is van liefde en broederlijke samenleving, moge God onze liefde en broederschap versterken. Voor u, die ons leven vult met liefde, saamhorigheid en eenheid, dank ik God.”
Loof de HEERE, want Hij is goed,
want Zijn goedertierenheid is
voor eeuwig.
Loof de God der goden,
want Zijn goedertierenheid is
voor eeuwig.
Loof de Heere der heren,
want Zijn goedertierenheid is
voor eeuwig.
(Psalm 136:1–3, HSV)
“We danken God voor de doornen in ons leven, net zoals we Hem danken voor de bloemen. We verheerlijken Hem om de tranen van wanhoop, op dezelfde wijze waarop we Hem verheerlijken om de tranen van vreugde. We verheerlijken Zijn Naam bij de kruisen die zijn opgericht, op dezelfde wijze als bij de kronen die op onze hoofden worden geplaatst.”
“Alle dank, waardering, liefde en respect aan de broeders die het mogelijk hebben gemaakt dat we u ontmoetten. Dit was een keerpunt in ons leven, nu we kunnen lezen en schrijven en nieuwe generaties kunnen onderwijzen.”
Help jij Sirin het Evangelie door te geven?
Jouw gift financiert precies dit soort programma’s. In het Midden-Oosten, Tanzania, op de Filipijnen en in tientallen andere landen. Programma’s die mensen niet alleen een Bijbel geven, maar ook de sleutel om die te kunnen lezen.







